Het kantorencomplex ‘Dukatenburg' steekt nog net boven het weelderige groen uit. Hier in Vinex-lokatie Nieuwegein zit Ausma De Jong Advocaten. Partners Willem Jan Ausma, Rob Maanicus en Onno de Jong lijken de tegenpolen van hun bekendere confrères die veelal gehuisvest zijn in riante grachtengordelpanden. In deze nieuwbouw is de sfeer no nonsens. Ausma en Maanicus zijnde verdedigers van Jason W., hoofd-verdachte in het proces tegen de Hofstadgroep, en staan inmiddels ook andere terreurverdachten bij. Zij vinden het een uitdaging. Maar niet elke advocatenpraktijk wil zich profileren als 'terroristen-kantoor', leggen ze uit. Ausma: ‘Vooral firma's die veel in de civiele sector doen, hebben daar weinig zin in. Ze staan zakenlieden bij die vervolgd worden wegens btw-fraude, belastingontduiking of anderszins. Hun cliënten willen geen raadsman die geassocieerd wordt met terrorisme. Ze eisen dat hun advocaat zijn werk in stilte doet. En het lukt je bijna niet om in de luwte te blijven als je een terreurverdachte bijstaat.'
Maanicus: ‘Natuurlijk hebben wij ook nagedacht of we dit moeten doen. Het zijn ingewikkelde grote zaken die jarenlang kunnen duren. Onze kantoorgenoten krijgen daardoor ook meer werk, want zij moeten nu dossiers van Ausma en mij overnemen. Terrorismeverdachten zijn bovendien vaak cliënten zonder geld. Je moet de verdediging doen op een toevoeging van de staat. Normaal rekenen we 195 euro per uur, nu ontvangen we de helft. Dat is lang niet kostendekkend.'
Maar geld alleen is niet zaligmakend, vinden ze in Nieuwegein. `Bij een proces als dat van de Hofstadgroep ben je als raadsman een pionier. Dat geldt ook voor het OM. Er was nog niet eerder een vervolging als deze. Het vonnis in zo'n zaak heeft invloed op de uitleg van de wet. Met je werk heb je dus direct invloed op onze wetgeving. Dat is spannend. Het gaat erom of informatie van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst gebruikt kan worden als bewijsmateriaal in een strafzaak. De overheid is daar voor, wij vinden dat het niet kan. Omdat deze informatie niet door de verdediging is te controleren. Dat druist in tegen alle rechten van de verdachte.'
Terreurverdachte Jason W. vond bij toeval de weg naar het kantoor in Nieuwegein. Vorig jaar draaide Maanicus piketdienst en kreeg Jason W. – een jongen nog – als verdachte. Hij was opgepakt in de zogenaamde Schiedamse belhuiszaak. Hierbij werden toen ook Samir A. en Al Issa – de Syriër die nu beschouwd wordt als de geestelijk leider van de Hofstadgroep – aangehouden op grond van AIVD-informatie. Bij de voorgeleiding was Jason al na anderhalf uur op vrije voeten. Maanicus had samen met Ausma een `principieel verweer' gevoerd over het gebruik van AIVD-informatie. De advocaten verwezen naar uitspraken van rechters die vonden dat justitie geen verder onderzoek mocht doen als die AIVD-informatie niet was getoetst. Maanicus: `Dat was hier het geval. Voor Jason was deze vrijlating het bewijs dat hij aan het goede adres was en hij is dus bij ons gebleven.'
Op het kantoor in Nieuwegein is iedere verdachte welkom, vertelt Ausma. Of het nu gaat om vermeende terroristen, veelplegers, fraudeurs, verkrachters of moordenaars. Ook tbs'ers worden bijgestaan. Van de mening van cliënten over de samenstelling van hun praktijk trekken ze zich niets aan, zeggen ze. 'Als iemand niet wil dat we een andere verdachte bijstaan, dan wijzen we hem zelfde deur. En als iemand vertrekt omdat hij van een beroemder kantoor betere hulp verwacht en daarna met hangende pootjes terugkomt, kan hij het ook schudden.'
Dergelijke kloeke taal is ook te horen tijdens de maandelijkse vergadering van de strafrechtjuristen van het kantoor. Behalve de drie partners zijn aangeschoven Arjan Syrier, Rob Zilver, Werner Ludwig en Sander de Korte. Op tafel staat spa en een enkel blikje bier. Het eten komt van de snackbar. De jonge dertigers kunnen maar net allemaal in de kamer. Ze wijzen op interessante uitspraken in de vakbladen en vragen elkaar om advies. De problemen waar ze tegenaan lopen hebben rechtstreeks te maken met de juridische schandalen die de afgelopen weken in de actualiteit waren. Gesjoemel met DNA-bewijs bijvoorbeeld. Ausma heeft een cliënt die twintig jaar heeft gekregen voor een moord. `Het lijk was versleept en de politie bleef volhouden dat ze nergens DNA-sporen hadden kunnen vinden. Dat werd geloofd tot en met de cassatie.' En dan is er hun cliënt in de `Nieuwegeinse broeder-moord'. 'Er was een vechtpartij geweest waarbij het er duidelijk wild aan toe was gegaan. Je zou verwachten dat politie en justitie onderzoek hadden gedaan naar het vuil onder de nagels van de betrokkenen. Maar nee hoor.'
De advocaten wijzen op de problemen als de verdediging zelf DNA-onderzoek wil laten uitvoeren. `De monsters van het bewijsmateriaal moet je krijgen van de politie. Als de politie of het OM nee zegt, houdt alles op. Bovendien is DNA-onderzoek duur. Wie moet zo'n contra-expertise betalen? Verdachten in moordzaken zijn meestal geen rijke cliënten.'
De Jong vertelt een ijzingwekkend verhaal over het gebrek aan plaatsen in tbs-klinieken. `Mijn cliënt had zijn familie bedreigd met een samoeraizwaard. De man was een tikkende tijdbom. De rechter eiste dat de reclassering een snelle opname voor de man in een tbs-kliniek zou bewerkstelligen. Dat gebeurde dus niet.' Na de uitspraak belandde de man op straat en vermoordde een toevallige passant in het parkje waar hij rondzwierf. `Voordat mijn cliënt flipte, had hij zich nog zelf gemeld bij de politie voor gedwongen opname. Maar die stuurde hem weer de straat op. Toen hij voor de moord eindelijk in het huis van bewaring belandde, heeft hij ook nog geprobeerd om met een mes van het gevangenisbestek een medegevangene te vermoorden,' zegt De Jong. 'Er zijn kamervragen over gesteld, maar minister Donner houdt vol dat niemand iets te verwijten valt: er zou geen enkel signaal geweest zijn dat de man gevaarlijk was.'
De Jong vertelt over dit strafdossier omdat een krant inzage heeft gevraagd. Zijn cliënt vindt het goed, De Jong wil van zijn collega's weten of ze publiciteit wel een goed idee vinden. Hij krijgt bijval. `Natuurlijk. Als de overheid zich schoon praat, moet dat aan de kaak worden gesteld.'
De media weten het Nieuwegeinse kantoor inmiddels te vinden. Volgende week dinsdag wordt de vierde pro-formazitting gehouden ter voorbereiding van het monsterproces tegen de Hofstadgroep. Maanicus: 'Toen ik nog bezig was met het uitpakken van de dozen met ordners over deze zaak, werd ik al gebeld door een journalist die de stukken al had gelezen.' Alle verdachten – met uitzondering van Jermaine, de broer van Jason W. – zitten nog in voorarrest. Het aantal Hofstadverdachten is inmiddels uitgebreid met Mohammed B. en Nouradine F. Er zijn inmiddels zo'n vijfenzestig ordners met processen verbaal, verhoren van getuigen, verslagen van huiszoekingen en uitgewerkte tapgesprekken met belasten-de opmerkingen over de moord op Theo van Gogh en plannen om Wilders en Hirsi Ali het zwijgen op te leggen.
Op last van de rechter zijn in de gevangenissen waar terreurverdachten zijn ondergebracht speciaal door het OM geprepareerde laptops bezorgd. In een bewaakte kamer mogen de Hofstad-verdachten samen met hun verdediger de cd-rom beluisteren waarop de door de AIVD afgetapte gesprekken staan. Die gesprekken werden veelal in het Arabisch of Berbers gevoerd. De verdediging wil checken of de vertaling ervan wel juist is. Maanicus: 'Ik heb even met Jason meegeluisterd. Maar de opname was van heel slechte kwaliteit en ik spreek geen Arabisch. Dat schiet dus niet op. Wel kon ik zelf vaststellen dat er voortdurend gedeelten waren weggepiept. De context waarin die belastende opmerkingen zijn gemaakt, ontbreekt dus. Ik heb Jason daarom gevraagd om voor mij een verslag te maken met alles wat hij zich herinnert van wat is weggelaten. Hij is er druk mee.'
De eerste twee belangrijke getuigen zijn de afgelopen week door de verdediging gehoord bij de rechter-commissaris, vertelt Maanicus. Het zijn de terrorisme-officier – de schakel tussen de AIVD en het OM – en het plaatsvervangend hoofd van de AIVD. Maanicus: 'Je weet dat je nauwelijks antwoord op je vragen zal krijgen omdat men zich telkens beroept op zijn geheimhoudingsplicht zodra het om de AIVD-informatie gaat. Maar het is wel belangrijk om van hen te horen hoe de informatiestromen lopen en wie verantwoordelijk is voor wat.'
Ausma: 'We hebben meteen vijfentwintig getuigen opgegeven. Daaronder zitten natuurlijk ook medeverdachten. Die mogen we nu de komende maanden horen. Het zal een druk schema worden want in december moet het inhoudelijke proces al beginnen.'
De geestelijk leider van de hofstadgroep Al Issa, die volgens berichten in de media in Damascus in de gevangenis zou zitten, staat op ieders verlanglijst. Ook op die van Ausma en Maanicus. Maar de kans dat de man gehoord kan worden is zeer klein. Het OM heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken gevraagd om na te gaan of deze Al Issa inderdaad de persoon is die hier gezocht wordt. Op korte termijn verwachten Ausma en Maanicus hier niet veel van. Ze hebben inmiddels al wel hun verdedigingsstrategie uitgestippeld. Het zal niemand verbazen dat ze zullen proberen om het AIVD-bewijs aan te vechten. De nieuwe antiterreurwetgeving is volgens hen 'broddelwerk': puur ingegeven door politieke motieven. Maanicus is ter voorbereiding zelfs in de archieven van de Tweede Kamer gaan graven op zoek naar de verslagen uit 1952, toen men vreesde voor het communistische gevaar. Hij wil de huidige antiterreurwetten vergelijken met de noodmaatregelen van destijds. 'Donners grootvader, die eveneen minister van Justitie was, voerde indertijd nieuwe maatregelen in om het rode gevaar te weren. En wat stelde dat rode gevaar nu voor? Als je terugkijkt, zie je dat die maatregelen ook nergens op sloegen. Het was pure angstwetgeving, net als nu. Natuurlijk moet wetgeving zich voegen naar een veranderende samenleving. Maar dat moet wel secuur gebeuren en dat is nu niet het geval,' zegt hij.
Ausma: `Met de bestaande wetgeving had ook opgetreden kunnen worden tegen vermeende terroristen.'
Ausma en Maanicus weten dat hun nog een zware klus te wachten staat. Er klopt veel nietin het strafdossier van hun cliënt, zeggen ze, maar het zal heel lastig zijn om dat boven tafel te halen. Al lijkt Jason W. nog zo schuldig, ze zien toch mogelijkheden. De AIVD wil zijn geheimen weliswaar niet prijsgeven, maar er zijn ook nog andere wegen om de bemoeienis van de veiligheidsdienst met de Hofstadgroep te reconstueren. ‘Zeker als je eigen cliënt je daarbij kan helpen. Jason W. heeft respect voor de rechtbank. Hij staat op in de rechtzaal, in tegenstelling tot andere leden van de Hofstadgroep. Hij heeft – op ons advies – alleen nog geen verklaring afgelegd omdat we niet de beschikking hebben over het volledige dossier.’ |