UTRECHT - De nabestaanden van Rinie Mulder zetten alles op alles om de agent die de Ondieper doodschoot, voor de rechter te krijgen.
Gisteren deden ze bij het gerechtshof in Arnhem opnieuw het verzoek de agent te laten vervolgen. De nabestaanden, de betrokken agent en het Openbaar Ministerie zijn daarbij gehoord.
Mulder werd op 11 maart 2007 doodgeschoten door een motoragent vlakbij zijn woning aan de Boerhaavelaan. Het OM besloot in maart van dit jaar dat de agent niet wordt vervolgd. Hij heeft volgens het OM uit zuiver noodweer gehandeld. Mulder kwam met een mes op de motoragent af. Hij kon niet anders dan schieten, zo concludeerde het OM.
De nabestaanden leggen zich daar niet bij neer. Advocaat Ausma, die de familie bijstaat, vindt dat de agent zichzelf min of meer in een problematische situatie heeft gebracht. ,,Hij reed samen met een collega langs het plein waar Mulder stond en had hem dus met het mes kunnen zien. Een collega zag het mes wel en heeft hem bovendien via de mobilofoon nog gewaarschuwd.''
De agent die schoot, zegt volgens Ausma dat hij niets heeft gezien en gehoord en stopte zijn motor op het moment dat hij met zijn rug naar Mulder toestond. ,,Als iemand zichzelf in zo'n positie manoeuvreert, vind ik dat een rechter daar kritisch naar moet kijken.''
Volgens Ausma kunnen de nabestaanden er moeilijk mee leven dat het OM zelf heeft afgezien van vervolging en de zaak niet aan een rechter is voorgelegd. ,,Hierdoor wordt hen bovendien de mogelijkheid ontnomen een eventuele schadevergoeding in te dienen als het toch tot een veroordeling zou komen''.
De zogeheten beklagprocedure die de nabestaanden van Rinie Mulder nu hebben aangespannen, is de laatste mogelijkheid om vervolging van de motoragent af te dwingen. Het gerechtshof moet nu beoordelen of er een kans bestaat dat een rechtbank op basis van het dossier tot een veroordeling zou kunnen komen.
De vraag of er sprake is van zuiver noodweer speelt daarin een cruciale rol. Het Openbaar Ministerie bleef volgens Ausma bij het standpunt dat dit het geval is en vindt niet dat een rechtbank in een openbare zitting nog eens naar de zaak moet kijken.
Het OM zelf wil vanwege het besloten karakter van de zitting niet reageren. De uitspraak van het gerechtshof is over zes weken.