BREDA - José van E. uit Rijen, tot begin vorig jaar verdacht van de zogenoemde maïsmoord in Chaam, eist een schadevergoeding van om en nabij € 85.000 van de Staat der Nederlanden.
Van E. heeft bijna een jaar in voorarrest gezeten voordat ze in februari vorig jaar op vrije voeten werd gesteld. In mei 2008 sprak de rechtbank haar definitief vrij, nadat ook de officier van justitie al vrijspraak had gevraagd. Justitie wilde een jaar lang niet aan de onschuld van de vrouw en ook de rechtbank wees het ene na het andere verzoek om vrijlating af, hoewel Van E. (33) hartstochtelijk bleef vragen om herenigd te worden met haar achtjarige zoontje.
Voor ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis verstrekt Justitie een schadevergoeding van zeventig euro per dag. Is het arrest onder verzwarende omstandigheden ondergaan dan bedraagt de vergoeding 95 euro. Van E. heeft aldus recht op ongeveer € 25.000. In bijzondere omstandigheden kan de rechter een hogere vergoeding toekennen. Daar is volgens raadsman R. Segerink alle reden toe. Hij vraagt € 75.000, plus nog ongeveer € 10.000 aan kosten zoals het doorlopen van huur en verzekeringen in het jaar dat Van E. vastzat. "Ze heeft extreem lang onschuldig vastgezeten. Dat ze haar zoontje niet zag, was heel pijnlijk en zwaar. Ze is zwaar getraumatiseerd en kan nog geen normaal leven leiden. Geld is niet alles, maar ze heeft het wel nodig om een nieuw leven op te pakken."
De rechter beslist over een maand.
Van E.'s toenmalige vriend Freddy T. is veroordeeld voor de moord in 2006. Hij kreeg achttien jaar cel.