Utrecht - "Het is kwalijk dat deze verdachte vluchtte uit het huis van bewaring en niet hier is om verantwoording af te leggen."
Dat zei officier van justitie V. van Thiel gisteren in de rechtzaak tegen de 20-jarige voortvluchtige Utrechter M. el A. Hij vluchtte eind augustus samen met twee anderen uit het huis van bewaring aan het Wolvenplein in Utrecht. Ze hadden een rolluik geblokkeerd en waren er onderdoor gekropen.
El A. zat vast omdat hij een leidende rol zou hebben gespeeld bij de smokkel van een partij wiet naar Duitsland. Afgelopen juli werd hij in Baarn aangehouden, samen met de 34-jarige J. van V. uit Zeist.
Nadat de politie in de wagen van de twee onder meer ruim dertienduizend euro had gevonden, bekende Van V. dat hij die dag een partij van zo'n vijf kilo wiet naar Duitsland had gebracht. A. zou hem de opdracht tot het vervoer hebben gegeven.
Op het moment dat de politie hen betrapte, zou Van V. net bezig zijn geweest om de opbrengst van de transactie aan A. te overhandigen. Officier van justitie Van Thiel wees erop dat de verklaring van Van V. werd ondersteund door onder meer gegevens over het telefoonverkeer van de verdachten.
Hij eiste tegen Van V. tien maanden celstraf, waarvan de helft voorwaardelijk. Hij vond het positief dat Van V. 'schoon schip' had gemaakt. Dat gold bepaald niet voor A., aldus de officier. Daarom eiste hij tegen de Utrechter tien maanden onvoorwaardelijke celstraf.
Maar volgens advocaat R. Maanicus moet zijn cliënt worden vrijgesproken. Hij wees erop dat Van V. de handelswaar, die in een doos zat, niet zelf had gezien.
"Het kan dus wiet zijn geweest, maar even goed kunnen het gestampte paardenbloemen zijn geweest," aldus de raadsman. El A. zelf had altijd ontken dat hij wiet had gesmokkeld. "Juist omdat hij naar eigen zeggen onschuldig is, is hij het huis van bewaring ontvlucht," stelde Maanicus.
De rechtbank doet op 13 oktober uitspraak.