Door Mathijs Steinberger
WOERDEN - Wat begon met een caféruzie, mondde uit in een geweldsexplosiein het Woerdense centrum en eindigde met de dood van Robert Mazur.Robert Mazur en zijn vrouw Monika tijdens hun bruiloft, enkele maanden voor zijn dood. Een reconstructie van een gewelddadige nacht en de fatale gevolgen.
In de nacht van zaterdag 7 op zondag 8 juni 2008 drinken vier jonge Polen biertjes in café Victoria aan de Woerdense Stationsweg. Later komt vast te staan dat Mazur een alcoholpromillage van 3,0 heeft. Dit komt overeen met meer dan vijftien glazen alcohol. Volgens een deskundige kan een ongeoefende drinker hieraan overlijden.
Tussen de Polen en aanwezige Nederlandse jongeren ontstaat onenigheid over een glas bier. Bovendien zou een meisje door een van Mazurs vrienden aan haar borsten zijn betast. Een van de Polen daagt een Nederlander in het Engels uit om het op straat het een-op-een uit te vechten. De portier zet twee Polen, onder wie Mazur, de kroeg uit wegens wangedrag.
De vechtafspraak heeft buiten, op de hoek met de Utrechtsestraatweg plaats. Het mondt uit in een massale vechtpartij. Twee Polen, waaronder Mazur, moeten het onderspit delven tegen een overmacht aan Nederlandse belagers. De twee worden tegen het asfalt geslagen en getrapt.
De eigenaar en de portier van café Victoria halen de vechtersbazen uit elkaar. Mazur bloedt hevig uit zijn hoofd en zijn gezicht is nauwelijks zichtbaar. Mogelijk is hij enkele minuten bewusteloos. Mazur loopt naar de Singel om te plassen, maar valt in het water. Op eigen kracht komt hij weer op het droge.
De vier Polen zijn weer bij elkaar gekomen en lopen naar de Voorstraat. Aan de andere kant kant van de straat loopt de Nederlandse groep. Een surveillerende agent, die de sfeer als rellerig ervaart, rijdt in een auto tussen hen in. Op de kop van de Voorstraat kan hij niet verder vanwege een paaltje.
Hier komt pas komt hoofdverdachte R.P. in beeld. Een vriend van hem is gebeld met de boodschap dat dronken Polen ruzie zoeken, waarop de twee besluiten er snel naar toe te gaan. Later verklaart P. tegenover psychologen dat hij die avond 15 tot 25 biertjes had gedronken.
De Polen hebben zich inmiddels gesplitst. Mazur loopt verder de Voorstraat in. Hij wordt achtervolgd door vier Nederlanders, onder wie P. De andere drie kennen P. niet. Ter hoogte van de Rabobank krijgt Mazur een vuistslag in zijn gezicht van een 17-jarige Woerdenaar met wie hij ook bij café Victoria had gevochten. Mogelijk wordt Mazur door een ander met een valhelm geslagen. De getuigenverklaringen hierover zijn niet duidelijk.
P. schopt Mazur, terwijl hij weerloos op straat ligt. Twee getuigen spreken later over een neerwaartse trap tegen het hoofd van Mazur. P. verklaart tijdens verhoren dat hij niet het gezicht raakte. P. en de twee jongens laten Mazur achter. Er zijn ongeveer twintig minuten verstreken na het eerste gevecht op de Utrechtsestraatweg. De jongens keren zonder P. even later terug omdat ze erg geschrokken zijn van de felle schop die P. heeft gegeven. Ze bellen het alarmnummer 112.
Ondertussen wordt een Pool in de Rijnstraat belaagd door andere Nederlandse jongeren die met stenen uit het wegdek gooien. Hij weet zijn huis in de Nieuwesteeg te bereiken, maar wordt uit de deuropening gesleept en opnieuw toegetakeld. Uiteindelijk weet hij de deur achter zich dicht te trekken.
Ambulancebroeders arriveren bij Mazur. Ze testen zijn hersenfuncties, waarop een positief resultaat komt, en brengen hem naar het Woerdense Zuwe Hofpoort Ziekenhuis. Daar blijkt dat de hersenen toch ernstig beschadigd zijn.
Twee dagen later, op dinsdag 10 juni, belt de vader van de 17-jarige jongen dat zijn zoon betrokken is geweest bij de vechtpartij. Hij meldt zich samen met de twee jongens die in de Voorstraat naar 112 belden nog dezelfde dag op het politiebureau. In de verhoren noemen de drie een voor hen onbekende man die Mazur de laatste schop zou hebben gegeven.
P. wordt op 12 juni opgepakt. Op dezelfde dag bezwijkt Mazur aan zijn verwondingen. |