ROTTERDAM - Het unieke piratenproces is maandag van start gegaan in Rotterdam. Voor het eerst waren de vijf Somaliërs te zien die in januari een Nederlands vrachtschip probeerden te veroveren.
De missie om zo miljoenen losgeld te krijgen mislukte jammerlijk. Nu zitten ze op ruim 6500 kilometer in een Nederlandse cel. 
Een voor een druppelen piraten Mohammed, Abdullah, Ali, Farah en Yusuf de rechtszaal binnen. De vijf Somaliërs doen meer denken aan een soulgroep dan een bende keiharde zeerovers die begin januari tevergeefs het Nederlands-Antilliaanse vrachtschip Samanyulo in de Golf van Aden probeerden te kapen.
Bij aanvang van het unieke piratenproces in Nederland begroet het vijftal het publiek. Een van de bendeleden heeft zelfs geoefend op ‘goeiemorgen’. In zijn opvallend afwijkende witte colbert steekt Yusuf (24) zelfs zijn handen in de lucht, alsof hij als leider van een zanggroep wordt onthaald door een uitzinnig publiek.
,,Het zijn geen woestelingen, maar gewone vissers,’’ wil advocaat Willem-Jan Ausma de rechtbank daarom laten geloven. De jurist staat Yusuf bij, met zijn 24 jaar de Benjamin van het stel zeerovers. Hij verklaarde eerder al dat hij het prima naar zijn zin heeft in Nederland, waar hij maandelijks 40 euro verdient in de gevangenis.
,,Uit pure wanhoop zijn ze de zee opdreven. Hun zeeën zijn leeggevist en er is chemisch afval gedumpt. Als ze terugkomen met losgeld, worden ze als helden ontvangen. Ze zijn een soort Robin Hood,’’ zegt Ausma.
Zijn collega Haroon Raza doet er een schepje bovenop wanneer de raadsman het opneemt voor de 30-jarige Farah. Deze Somaliër wil dolgraag terug naar huis, waar de kostwinner node wordt gemist door vrouw en kinderen. Een verzoek om Farah alvast vrij te laten sneuvelt echter. ,,Overbevissing, illegale dumpingen: allemaal oorzaken waar wij als westen verantwoordelijk voor zijn. Mijn cliënt is ook slachtoffer,’’ zegt Raza.
Het Openbaar Ministerie wordt doodziek van het medelijden met de piraten. Volgens justitie wordt vergeten dat het zwaar bewapende mannen zijn die zeelieden de stuipen op het lijf jagen. ,,We horen in deze zaal niets over de doodsangsten die bemanningsleden uitstaan door deze acties. Ze vragen zich af of ze hun verwanten ooit nog terugzien, raken getraumatiseerd, durven niet meer verder te varen,’’ laat een getergde officier van justitie Henny Baan horen.
Het vijftal zeerovers volgt de rechtszaak aandachtig. Met hulp van drie tolken wordt het voor hen onnavolgbare Nederlands omgezet in Somalisch. Af en toe zeggen ze wat tegen elkaar. Slechts een maal spreken de verdachten zelf. Vooral Yusuf roert zich. Graag wil hij de rechter vertellen welke wanhoop hem de zee opdreef. ,,Ik wil praten over de problemen van de vissers. Er valt ons niets te verwijten,’’ laat hij weten.
Stiekem hoopt Yusuf dat hij straks een verblijfsvergunning krijgt en zijn vrouw en kinderen kan laten overkomen naar Nederland. Bij een veroordeling is dat echter volledig uitgesloten. Vraag is dan alleen nog wel of ons land Yusuf zelf kan uitzetten, omdat Somalië wordt gezien als onveilig. Alleen als Yusuf zelf wil, kan hij op het vliegtuig richting het Afrikaanse land worden gestuurd.
Na enkele uren stemt de rechtbank in met extra onderzoek naar de mislukte kaping. Komende maanden moeten onder meer bemanningsleden worden verhoord van het Deense fregat dat het Nederlandse schip te hulp schoot. Ook moet een filmpje worden onderzocht dat een Turks bemanningslid maakte tijdens de aanval.
Yusuf maakt zich niet druk. Hij lacht alsof hem geen twaalf jaar gevangenis boven het hoofd hangt. Via zijn advocaat laat hij weten dat hij vertrouwen heeft in de rechters. Wel verbaast hij zich over een heel ander aspect in de rechtszaal. Alle camera’s, rechtbanktekenaars en journalisten vindt hij erg opvallend. ,,Het voelt als een mediashow,’’ zegt Yusuf, terwijl hij wordt weggeleid door de politie.
|