Willem Jan Ausma (Leeuwarden, 1968) alias de blonde is een gerenommeerde strafrechtadvocaat die opereert vanuit Utrecht met zijn kantoor Ausma De Jong. Hij en zijn collega’s vormen de schrik van menig officier van justitie. In korte tijd hebben zij in regio Utrecht en ver daarbuiten een enorme reputatie opgebouwd op het gebied van strafrecht. In 2008 werd Ausma door zijn collega’s verkozen tot beste strafpleiter van Nederland. Hij is een advocaat met een uitgesproken vechtersmentaliteit, die zich volledig inzet voor het belang van zijn cliënt. Onder het motto ‘de klant is koning’ begeeft hij zich af en toe op de grens van het toelaatbare, maar zo zegt hij zelf ‘eerlijkheid staat te allen tijde voorop, anders komt je integriteit in het gedrang’.
Willem Jan Ausma is in zijn middelbare schooltijd niet een uitslovende leerling. Op het atheneum blijft hij een paar keer zitten en hij haalt in die jaren veel meer bevrediging uit zijn verrichtingen als DJ in een plaatselijke discotheek in het noorden van Friesland. Hijzelf groeit op in het Friese Buitenpost, waar zijn vader gemeenteambtenaar is. In zijn jeugd ontwikkelt hij al een geslepen doch nuchtere straatvechters mentaliteit, dat hem later als strafpleiter de nodige successen zou bezorgen. Van 1989 tot 1995 studeert hij rechten in Groningen. Deze keuze was min of meer toevallig. Ausma: ‘Met mijn pretpakket had ik weinig keuze’. Maar al snel tijdens zijn studie in Groningen kwam hij erachter dat hij voor het strafrecht in de wieg is gelegd. Hij koos voor deze afstudeerrichting omdat hij iets wilde doen met mensen. Civiel recht gaat volgens hem alleen maar over geld. Strafrecht gaat daarentegen over het echte leven. Het kent altijd interessante verhalen en boeiende mensen. Maar dan wel het strafrecht vanuit de kant van de verdediging. “Officier van justitie heb ik nooit willen worden’. Tijdens zijn studententijd loopt hij eerst stage bij de tbs-praktijk van Marcel Wolters in Buitenpost, later bij De Haan in Groningen. Zijn scriptie gaat over ‘bijzondere opsporingsmethoden’: dat begint in die tijd – net voor de IRT-affaire- een steeds heter hangijzer te worden. Hij is van mening dat het opdoen van praktijkervaring in je studententijd door middel van stages en het werken bij de rechtswinkel zeer nuttig is voor je verdere ontwikkeling als jurist. Echter, als afgestudeerd jurist denk je dat je de halve wereld aan kan, maar kom je met louter theoretische kennis niet ver. Je dient deze theoretische kennis al in je studententijd om te zetten in de praktijk!
Na zijn studententijd gaat hij aan de slag bij Haulussy advocaten, en betrekkelijk klein kantoor in Rotterdam, waar hij de afdeling strafrecht van nieuw elan voorziet. ‘Ik heb geen voorkeur voor bepaalde onderdelen, ook een fietsendiefstal kan interessant zijn. Eén van mijn eerste grote zaken was een fraudezaak met zogenaamde g-rekeningen. Mijn baas stond daarin de ene verdachte bij, ik de andere. Ik voerde toen een pleidooi waarvan de baas vond dat het onzin was, maar mijn cliënt kwam vrij, die van hem niet.’
Inmiddels runt Ausma samen met Onno de Jong een goedlopend kantoor aan de Maliesingel in Utrecht. Aan bekende zaken heeft de strafpleiter geen gebrek. Zo heeft hij al de Hofstadgroep en de Somalische piraten bijgestaan. Als grootste succes noemt hij echter de Chaamse Maïsmoord. ‘Mijn cliënte bleek na een jaar voorarrest zo duidelijk onschuldig, dat zelfs de officier van justitie vrijspraak vroeg’. Zijn mooiste zaken komen volgens hem binnen via gedetineerden die hem aanbevelen. Daarbij haalt hij de meeste voldoening uit terechte vrijspraken, waarbij je bijna zeker weet dat hij of zij het niet gedaan heeft. Als cliënten hem benaderen vraagt hij altijd eerst wat ze de politie hebben verteld. Of de verdachte het wel of niet gedaan heeft, vindt hij niet relevant. Het belang van de cliënt staat immers altijd voorop en de cliënt bepaalt zelf of hij wel of niet wil bekennen. Ausma probeert echter altijd een reëel advies te geven en zijn cliënt niet dingen te beloven waarvan hij weet dat die niet haalbaar zijn. Aan het begin van zijn carrière als strafpleiter maakte hij die fout nog wel eens. Toen was hij echter nog een jonge hond, die elke zaak wilde winnen en te vaak irreële hoop aan zijn cliënten gaf.
Eerlijkheid is volgens hem het belangrijkste om als strafrechtadvocaat je integriteit te behouden en niet in de problemen te komen. Volgens Ausma moet je een zeer zakelijke verstandhouding met je clientèle hebben en werk en privé altijd goed gescheiden houden. Zo gaat hij bijvoorbeeld nooit uit eten met zijn cliënten. Je begeeft je als strafpleiter, indien je 100 % voor het belang van je cliënten gaat, nogal eens op de grens van het toelaatbare. Om deze grens niet te overschrijden moet je afstand bewaren. Hierbij is nuchter blijven een belangrijke eigenschap volgens Ausma. ‘Criminelen trekken snel aan je. Het liefst willen ze dat je dag en nacht paraat staat. Je wordt er snel in meegezogen, mede om ‘begrepen’ te worden’. Onder de ‘zware jongens’ uit de onderwereld geldt dat hoe bekender de advocaat is door wie je wordt bijgestaan hoe meer aanzien je geniet. De ontwikkeling dat de media door veel strafpleiters steeds meer wordt gebruikt als forum om zo spraakmakende zaken binnen te slepen ziet hij niet als een verkeerde. Ausma: ‘Ik vind media belangrijk, maar zoek het niet op. Maar men moet je wel kennen om bij je te komen. Wat ik wel een aardige ontwikkeling vind, is dat de oude Utrechtse penoze ons kantoor steeds beter weet te vinden’. Hij is echter nog wel blij dat hij aan het eind van de dag in cognito op de fiets naar huis kan.
Willem Jan Ausma dankte zijn uitverkiezing tot beste strafpleiter van Nederland in 208 vanwege ‘zijn moderne, zakelijke uitstraling, zijn vasthoudendheid en zijn pleidooien me een kwinkslag. Maar ook is hij voor veel cliënten mens onder de advocaten.’ Hij doet r alles aan om op te vallen en probeert een zaak zoveel mogelijk te relativeren en in een genuanceerd daglicht te plaatsen. Hij schroomt hierbij niet om bijvoorbeeld het speelgoed van zijn dochter mee te nemen naar de rechtbank om zo iets op een luchtige en grappige wijze aan de rechter duidelijk te maken. Het kenmerkt Ausma als strafpleiter dat hij alles in de rechtzaal met een knipoog benadert en de zitting van zijn droge en juridische karakter probeert te ontdoen. Hij benadrukt dan ook dat je moet opvallen. ‘Met kwaliteit alleen kom je er niet als strafpleiter’. Pleiten vindt Ausma dan ook het belangrijkste van zijn beroep. Daar valt of staat een geslaagde carrière als strafrechtadvocaat mee. Het liefste schrijft hij dan ook zelf zijn pleitnota’s. Dit doet hij door middel van korte zinnen met steekwoorden en niet vol uitgeschreven zinnen, zodat hij zelf op de zitting er zinnen van maakt en zijn betoog spontaan op de rechter kan overkomen.
Ausma kent geen ethische bezwaren bij het verdedigen van cliënten, die verdacht worden van misdaden waar de maatschappij haar gal over uitspuwt. Zoals hij zelf zegt: ‘Ik kom pas kijken als het feit gepleegd is’. Zolang de mens bestaat wordt er al gemoord, verkracht en gestolen. In principe sta ik iedereen bij, ongeacht het delict. Ik vind dat je hooguit iemand kunt afwijzen als die zich in je kennissenkring bevindt’. Wat Ausma niet doet is het geven van juridisch advies aan een cliënt die de perfecte moord wil plegen. Dit lijkt zeer logisch, maar toch schijnen er criminelen te zijn die niet schromen om voor dit advies bij de advocaat aan te kloppen. Hij heeft in de tijd dat hij in het vak trad het strafrecht al zien veranderen. Volgens hem het gevolg van een ruwer wordende maatschappij en een toenemende focus op veiligheid, waardoor de burger een verdergaande inbreuk op zijn recht op privacy moet toestaan. Door een steeds meer macht krijgende overheid ontstaat er een scheven verhouding tussen het OM en de verdachte, wiens rechten in toenemende mate worden geschonden. Hierdoor neemt het belang van de functie van een strafrechtadvocaat in deze al maar complexer wordende samenleving toe.
De advocaten van Ausma De Jong werpen zich dan ook op als bewakers van het proces. De officier van justitie bepaalt namelijk wat er in het dossier terecht komt. Dat dossier vertelt om die reden vooral het verhaal van justitie. De advocaat moet ervoor zorgen dat ook het verhaal van zijn of haar cliënt in het dossier terecht komt. Zo noemt Ausma het voorbeeld waarbij je verdacht wordt van het in bezit hebben van kinderporno op je computer. ‘Toon maar eens aan dat jij niet degene bent die achter de computer heeft gezeten, maar iemand anders! Het is gek dat er in Nederland op het in het bezit hebben van kinderporno zulke zware straffen staan, terwijl het slechts de laatste schakel van het probleem aanpakt! De eerdere schakels die zich in het buitenland afspelen worden echter niet aangepakt, en daar hoor je dan niemand over. Dan zijn mensen toch blij dat iemand je kan helpen in zo’n situatie’. De kennis bij de rechters en officieren van justitie neemt volgens Ausma af. Deskundigen hebben meer inbreng, die rechters en de officieren van justitie nemen het over en dikwijls zal niemand het tegenspreken. Groot onrecht kan op die manier worden aangedaan. Maar liefst tien procent van de zaken worden ‘fout’ behandeld. Om een geslaagd strafpleiter te worden moet je flexibel en vasthoudend zijn, maar bovenal inlevingsvermogen met je cliënten hebben. Op deze manier kan je alle voorgelegde zaken relativeren en zodoende alle verschrikkelijke dingen waar je mee te maken krijgt snel van je afzetten. Echter, nog belangrijker vindt hij het dat je als beginnende jurist de nodige praktijkervaring in je studententijd hebt opgedaan middels bijvoorbeeld de rechtswinkel en stages. Praktijkervaring boven alles!
|